Delphine Devos


Het is vrijdag 10 juni 2011 en ik sta op het schoolplein van mijn dochter, de Vrije School Zaanstreek. Alle pappa’s en mamma’s staan in afwachting op het plein, want het pinksterfeest wordt zo gevierd, het feest van de liefde. Alle klassen zullen om de beurt hun dansjes tonen en liedjes ten gehore brengen. De kinderen zijn in het wit, of in lichte kleuren gekleed en hebben een mooie kleurige krans in het haar. Eén pappa of mamma heeft zijn of haar kind helemaal in het zwart gestoken. Dat vind ik een mooie metafoor, want het licht bestaat niet zonder het donker.

Goed, trots staan wij te kijken en te klappen bij de optredens van ons kroost en op een gegeven moment zijn alle klassen geweest, behalve de zesde, de hoogste klas. De zesde heeft een heel speciale taak bij dit feest en iedereen weet het, het is het moment suprême. Er komen twee meisjes uit de zesde en wrikken een steen uit het midden van het schoolplein. Dan wordt er een paal aangedragen en in het gat gezet. Het is de meiboom. Talloze kleurige slierten hangen hier aan en de bedoeling is dat elk kind uit de zesde klas een sliert pakt en dat ze gezamenlijk in een bijzondere rondedans een perfect vlechtwerk rond de meiboom creëren. Wanneer dat is gebeurd, dan keert de rondedans zich om en wordt het spannend. Gaat het ze lukken om dit vlechtwerk weer uit elkaar te krijgen? ‘Zesde, zesde, zesde’, roepen alle kinderen opgewonden. Ook de ouders voelen zich een beetje opgewonden. Zijn zij ook niet allemaal wel eens in de knoop geraakt, in de hoop dat die knoop er ooit weer uit zou gaan? Als het geluid is verstomd, roept één kind uit het publiek ‘het gaat fout!’ Eén jongen uit de zesde roept met een brede glimlach op zijn gezicht vrolijk terug ‘alles gaat fout in het leven!’ Dan beginnen ze. Ze lopen, dansen, draaien en er ontstaat een prachtig, kleurig vlechtwerk rond de meiboom. Hij is af. Nu weer terug. De kinderen lopen, dansen en draaien weer terug en het valt me op dat ze uitstralen dat er in hun hoofd geen enkele twijfel is dat het ze gaat lukken. We zien het vlechtwerk zich weer langzaam ontvouwen, de slierten worden langer, het lukt, het lukt, ja ja Ja! Hij is weer uit de knoop. Iedereen klapt en joelt. Ze hebben het klaargespeeld.
 
Die avond ga ik als braaf moedertje op tijd naar bed. Je weet immers maar nooit hoe laat het kroost op zaterdagochtend weer naast je bed staat. Maar mijn kinderen liggen nog op één oor als ik de volgende ochtend om half zes bijna uit mijn bed val van de herrie. Een groepje volwassenen en kinderen loopt met ratels, trommels en toeters door de straat. Er wordt eindeloos vaak op onze bel gedrukt en op onze deur gebonsd. Dromenland vervaagt ‘oja, luilak’, denk ik. Luilak is iets wat wij in de Zaanstreek vieren. Het schijnt dat ze dit gebruik niet overal kennen. Het komt erop neer dat in de nacht van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren kattenkwaad geoorloofd is. Er worden grote luilakvuren ontstoken en ramen en deuren worden besmeurd met zeep, onder luid kabaal. De luilakken die in bed liggen, wordt zo gemaand om WAKKER TE WORDEN. Wakker worden, het feest van de liefde komt eraan!
 
Dit is een kort fragment uit 'Recht uit het hart'

«
Next
Nieuwere post
»
Previous
Oudere post